Folkert Velten is trots op zijn opvolger bij Enter Vooruit

Folkert Velten (rechts) reikt de Folkert Velten Bokaal uit (foto: website Enter Vooruit)

Wie de selectie van Enter Vooruit erop naslaat ziet een opvallende gelijkenis met de jaren tachtig. Vier keer komt de naam Velten terug: Wout, Sietse, Valentijn en Robert vormen het huidige Velten-contingent. In de gouden jaren tachtig waren het Ad, Bert, Hans en natuurlijk de beroemdste Velten: Folkert. De naam Velten lijkt dan ook voor eeuwig verankerd bij Enter Vooruit.

Alleen Wout is Folkert’s nageslacht. “De anderen zijn niet eens familie”, zegt het voormalige Fenomeen uit Enter. “Maar dat was ook destijds zo, alleen Ad was een broer van me.” Voor de Twentse voetballiefhebbers zonder historisch besef: Folkert Velten was tussen 1988 en 1999 de spits van SC Heracles, die in 377 duels tot liefst 221 doelpunten kwam. Velten was het prototype van de Echte Spits. Vaak lui ogend, zo niet afwezig om plotseling uit het niets iets geniaals te doen en vooral: veel te scoren, heel veel te scoren. Dat hij pas op zijn 23e de overstap maakte naar de profs en zijn hele carrière in Almelo sleet zal zeker ook een gevolg zijn geweest van zijn principiële standpunt. Voetballen op zondag was taboe voor de gelovige Velten en dat zal veel clubs hebben afgeschrikt. Heracles speelde het gros van de wedstrijden op zaterdag en durfde het wel aan.

Voordat het tot die overstap kwam was Velten al een bezienswaardigheid op de regionale amateurvelden. Mede met dank aan zijn uitzonderlijke talent stoomde Enter Vooruit op van de derde klasse naar het hoogste amateurniveau en ook daar reeg hij drie seizoenen lang de doelpunten aaneen. “Ik zie mijn hele carrière als een hoogtepunt”, zegt Velten. “Het was een unieke ervaring om met het kleine clubje de top van het amateurvoetbal te bereiken. Bovendien kwam ik op een gegeven moment bij het Nederlands amateurelftal, waarmee we mooie tripjes maakten, onder meer naar Australië.  Bij Heracles heb ik ook een mooie tijd gehad en veel beleefd. Het was toen ook niet zo uitzonderlijk om als 23-jarige nog prof te worden. Profclubs hadden zelf vaak helemaal geen jeugd. Het was een heel andere tijd wat dat betreft.”

Dat hij nooit speelde in de Eredivisie of zelfs de Bundesliga, waar hij aan clubs werd gelinkt, vindt Velten achteraf gezien jammer, maar meer ook niet. “Het zou leuk zijn geweest. Maar in die tijd was je aan het eind van je contract niet transfervrij en kon de club nog geld voor je vragen. Dat was voor geïnteresseerde clubs kennelijk te veel”, zegt hij met zijn karakteristieke nuchtere blik.

Hoewel Enter Vooruit ook na zijn vertrek zijn club is gebleven, loopt hij de deur zeker niet plat op Sportpark De Werf. Zijn eigen activiteiten als trainer van SC Rijssen maken dat lastig. “Vorig jaar was ik een jaar geen trainer, dus toen kon ik wat vaker komen kijken, maar als je zelf trainer bent is dat lastig en ben je afhankelijk van vrije dagen.” Van een blinde clubliefde is geen sprake, Velten volgt de resultaten van alle clubs waar hij ooit werkzaam was – van Bergentheim tot Blauw Wit’66 – op de voet. “Ik kijk wel als eerste wat Enter Vooruit heeft gedaan,” zegt Velten, om daar eerlijkheidshalve aan te te voegen: “maar dat heeft vooral met mijn zoon te maken.” In familiekring is voetbal en Enter Vooruit – zijn andere zoon Nick speelt in het 2e elftal – wel een belangrijk onderwerp van gesprek.

Dat Velten zowel bij Heracles als Enter Vooruit wordt geëerd als naamgever van respectievelijk een tribune en een bokaal voor de voetballer van het jaar vindt hij mooi. “Dat geeft toch aan dat je iets hebt betekend voor de club.” Echte trots zou hij echter pas voelen bij een andere gebeurtenis. “Ik probeer de bokaal als het kan zelf uit te reiken. Het mooiste zou natuurlijk zijn als ik hem een ooit nog eens aan mijn eigen zoon kan uitreiken.”

Geef als eerste een reactie

Geef een reactie

Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd.


*